Archief van A.V.O.

 

 25 jarig-bestaan (deel 1)



Deze rijm werd gemaakt t.g.v. het 25-jarig bestaan van A.V.O. in 1949 en gaat woordelijk als volgt:


Eerst wil ik de heren in hun dagelijkse doen voor gaan stellen
En dan over ieder apart nog wat vertellen.

Op de eerste plaats de sympathieke monteur en garagehouder uit de Zandeweg
Een reuze leuke knul, zeg.

Dan volgt Jan,
De huidenkoopman,

Hij koopt koeien- en stierenvellen.
De derde die ik voor ga stellen

Is Tinusman,
Die leidingwater maken kan.

Op ‘t kantoor
Heeft hij ‘n grote verantwoording, hoor.

Dan volgt Wim, de moordenaar van koeien en zwijnen,
Als boekhouder is hij ook ‘n fijne.

No 5 is Jan, de smid
Een heel serieus lid.

Dan komt Sjaak, de expediteur,
Hij speelt vaak ook voor chauffeur.

No 7 is Piet, de bakker,
Hij moet hard werken, de stakker!

Tot slot volgt Toon.
‘n Rare snijboon,

Hij werkt bij de DAF
En nu is mijn rijtje af.

Deel I


A: Hallo!      hallo!      hallo!
Dames en Heren van A.V.O..

‘n Speciale televisie-uitzending volgt heden,
die handelt over de toekomst en het verleden,

Van jullie hoogstaande culturele/politieke borrel/reis-ontspanningsclub uit Oudenbosch,
Let goed op! Er komt wat los!

Oudenbosch, neen, gans Nederland, zal thans horen
en wij blazen dit van de hoogste toren

wat A.V.O. uit Oudenbosch mocht presteren,
mijn geachte dames en edele heren!

A.V.O.. bokste in de afgelopen 25 jaar
in onze gemeente heel wat voor elkaar,

als A.V.O. niet had bestaan
was Oudenbosch failliet gegaan.

Gij zult het misschien niet geloven,
maar op zo’n prestatie kan geen enkele vereniging bogen.

Het is geweldig, phenominaal!
Er zijn te weinig woorden in onze taal,

Om al dat schone te formuleren.
Ik wil echter toch proberen

Om jullie iets te vertellen
Over dingen waar jullie belang in stellen.

Over deze unieke club van acht,
Maar .... heel in ‘t kort, het wordt anders nacht.

‘n Overzicht zal ik thans geven
Over het doel en over het streven

Van het populaire sympathieke A.V.O.
(en de achtbare leden ervan evenzo.)

En jullie vinden het zeker niet gek,
Als ik dit doe in ‘n radio-vraaggesprek.

Het is me namelijk gelukt, dames en heren,
Hiervoor ‘n vrouw van één der leden te engageren.

In de inleiding behandelen we alleen
De naam .... en iets van de club in ‘t algemeen,

Daarna volgen wetenswaardigheden
Over ieder van de geachte leden.

A: Komaan, mevrouw, nu aan de slag,
Op de eerste plaats: een goede dag!

En kunt u me nu even zeggen
Of in ‘t kort eens uit gaan leggen:

Wat betekent A.V.O.?
B: Och meneer, dat weet u zo!

Als Vrienden Ondereen.
Soms is men gemeen

En zijn er van die helden,
Die op die edele ploeg gaan schelden,

Die vertalen: Acht Vuile Onterikken,
Maar zulke mensen kunnen stikken

Die hebben geen opvoeding genoten,
Zij verdienen een flinke schop onder hun kloten.

Ook zegt men wel: Apen Van Oudenbosch,
Maar die dat zeggen, daar is een steek aan los.

Alles Voor Ons, hoort men ook vaak,
Dat is helemaal niet in de haak,

Want veel Vincentianen zijn er bij
En die zorgen eerst voor ‘n ander, geloof dat gerust van mij.

Dan lopen er van die baldadigen
Die schelden: Arbeid Voor Onvolwaardigen.

Nou is er in A.V.O. misschien wel één vent
Die niet toerekeningsvatbaar is voor 100 procent.

Maar als je met verstandige mensen praat
Hoor je van ieder: ‘n A.V.O.-er is 24 karaat.

Boze tongen en betichters
Spreken zelfs van Algemene Vereniging Oplichters.

Anderen gingen op zoek
En vonden voor A.V.O. Algemene Vlinder-Onderbroek.

Nog meer kwade tongen
Hebben op deze manier A.V.O. bezongen.

Maar A.V.O. gaat door
En trekt er zich niets van aan, hoor.

A: Prachtig, ik heb het gesnapt,
Nu uit een ander vat getapt.

Zeg mevrouw, die A.V.O.-knapen
Hebben toch zeker ook een wapen?

Vertel me er iets van, gauw,
Ik ben er nieuwsgiering naar, mevrouw.

B: Als ik u dit vertel,
Och, dan springt u uit uw vel.

A: Wel nee, gaat u gang beste meid,
Op het ergste ben ik voorbereid.

Al voerde A.V.O.
In haar wapen een poo,

Dan zou ik er nog niet van schrikken,
Dat wil ik u wel verklikken.

B: Luister dan eens even,
Men heeft de club een jeneverkruik in het wapen meegegeven

En daaronder staat de leus:
Drink meer snevel, ja ‘t is heus.

A: Hoe kwam men toch op zo’n idee?
Dat heeft toch zijn reden, hé.

B: Ja ziet u, dat komt zo:
Alle leden van A.V.O.

Hebben aandelen in verschillende jeneverstokerijen,
Zij houden namelijk zwelg- en braspartijen.

Zij drinken: Wenneker, Hulstkamp, Klaveren Aas,
Fockink en Methusalem, die oude baas,

Ook met Grauwe Hengst en Pollen
Kunnen zij geweldig sollen.

A: Zo erg zal het toch niet zijn,
Een borrel drinken is wel fijn,

Maar drinkt men teveel van dat gevaarlijke nat,
Dan wordt de mens toch meestal zat.

B: Ik verklaar u toch met een eerlijk gezicht:
Borrels drinken is een A.V.O.-er verplicht.

Bacchus moeten zij vereren
En ik durf gerust te beweren,

Dat zij aardig offeren, man
Zij lusten de borrels wel uit een kan.

Op elke vergadering is het wel klinken
En probeert men elkaars glaasjes uit te drinken.

Ja, u moet weten
Zij kunnen het hardste zuipen en vreten,

Als het gaat van ‘n andermans portemonnee.
A: Da’s nog niet stom bekeken, hé.

Nou moet u mij even ontvouwen:
Hoe staan ze tegenover de vrouwen?

B: Nou, dat mag zo wel zijn:
Alleen op stap, dat vinden ze fijn.

Ze beleven het spreekwoord zonder abuis
“Die zijn vrouw liefheeft, die laat ze maar thuis,”

Maar zien ze er een van 3 x zeven,
Dan beginnen ze waarachtig wel op te leven.

Op een jonge meid zijn ze stapel dol,
Daar slaan ze waarachtig van op hol.

A: Ja, ik hoor het wel, de club is excentriek.
Doen ze soms ook aan politiek?

B: Nou ...., en of,
Als ik daarover ga praten, heb ik nog volop stof.

Door heel de gemeente kruisen hun agenten;
Ze zijn de baas, het zijn immers lui met centen;

Ze beïnvloeden precies de hele raad,
Zij beslissen of er een gemeentewet niet of wel doorgaat.

Bij de laatste verkiezing was men van plan
Om een eigen lid in de raad te stoppen man!

Maar men is er niet op in gegaan
Zij geven immers toch de toon aan.

A: Hoorde ik u straks niet vertellen,
Dat zij hun krachten ook in dienst van de liefdadigheid stellen?

B: Hou maar op! Neen, kolossaal!
D’r hemd van d’r gat offeren ze allemaal

Voor de Oudenbossche armen, reken maar.
Voor Vincentius staan zij altijd klaar.

Zij bezoeken ook geregeld de gezinnen,
Zij proberen zo de zieltjes dan te winnen

En met ware Pharizeeërs-gezichten
Wijzen zij de mensen op hun dure plichten.

Zij bespreken ook de uitbreiding van ‘t gezin,
Daar gaan sommigen nogal diep op in

En onder ons gezegd,
Als sommige ouders daarin niet genoeg zijn onderlegd,

Wel, dan zijn de heren niet verlegen
Om die mensen ‘n practische les te geven,

Ze doen dan ‘t een en ander voor,
Daar zijn ze sterk in, hoor.

A: Ja, ja, ik hoor het wel mevrouw,
Die A.V.O.-ers Vincentianen doen hun plichten trouw.

Zijn er nog andere zaken vermeldenswaard?
Kom, we spelen hier toch open kaart.

B: Wacht, eens .... even denken
Waaraan we aandacht moeten schenken

.... O ja, ik zal u het geheim verklappen
Waarom ze bij A.V.O. alles zo uitstekend op weten te knappen.

In elke vereniging treft men Bestuur en leden.
Het bestuur doet het werk en de rest is tevreden.

Alles draait steeds om 2 of 3 man,
De overigen weten nergens van.

Maar bij A.V.O. is het anders gesteld,
Dat heb ik je nog niet verteld.

Alle leden hebben hier een baan:
No 1 is voorzitter, die staat vooraan,

No 2 is vice-voorzitter, die hangt er zo maar aan,
Behoort achter de voorzitter te staan,

No 3 is secretaar,
Die maakt de notulen klaar,

No 4 is de man van de poen,
Een kerel, die geef je ‘n zoen,

No 5 is de strenge orde-commissaris,
No 6 de waardige archivaris,

No 7 is de feest-commissaris,
No 8 de niet te missen bibliothecaris.

U ziet het gaat als in ‘n grote zaak
Elke chef, die krijgt zijn taak,

Zo moet de zaak floreren.
Mijne geachte dames en beste heren.

A: Ja, als je het zo gaat bekijken
Kan geen enkele club zich met A.V.O. vergelijken.

Kunt u me misschien uit de eerste jaren van’t bestaan
Soms nog iets vertellen gaan?

B: Zeker, zeker enkele kleine trekken
Wil ik u nog wel verstrekken.

Op 2 October 1924 zag het A.V.O.-wicht
In hotel Couwenberg het levenslicht.

Al dadelijk werd het gedoopt met oude klare,
Om het tegen bederf te bewaren.

De jeneverstokerijen breidden zich uit,
Want veel snevel verlangde de pas geboren spruit.

Door die extra zware jeneverkuur
Beleefde Schiedam een hoogconjunctuur.

De aandelen vlogen omhoog
Toen de zuigeling zoveel snevel zoog.

Na enige jaren,
Flink gedrenkt te zijn in oude klare

Groeide de spruit voorspoedig op
Doch dit werd voor de politie een reuze strop.

Toon Dirven, Diel en ook Door Tak
Waren niet meer op d’r gemak,

Allerlei streken werden uitgevonden,
Voor de politie was het zonde.

A: Wat deden ze zoal?
Vertel eens een geval.

B: Wel, op een avond ging A.V.O.
Naar de woning van de Pilo

En bonden daar toen aan de deur
Een grote pot en .... toen er vandeur.

Pilo zelf was een deftig heer,
Wat ging die ‘s morgens toch te keer

Toen hij dat ordinaire ding daar zag,
De buurt die schoot natuurlijk in de lach.

Op ‘n andere keer waren de heren weer op stap,
De alcohol vloeide meteen weer knap,

En ze moesten natuurlijk wat uit gaan halen,
Toen ze door de straten gingen dwalen.

Daar viel plots hun oog
Op ‘n beeld, dat hoog en droog

Op de kerkmuur stond te prijken,
Vlak bij de bak waar je moet gaan zeiken.

‘t Was het beeld van Maantje v.d. Dries
En ‘t was misschien niet heel kies,

Maar men klom erbij en gaf de burgervaêr,
Zowaar, ‘n fles in de hand van oude klaâr.

Schande werd er later over gesproken,
De pastoor zijn bloed was gewoon aan ‘t koken.

Maar van de daders was geen spoor,
Al zochten ook den Diel en Door.

Wil je nog ‘n ander vies geval?
Wel het was weer ‘n keertje bal

En de heren gingen met heel veel praat
Naar de familie Dielemans, in de Stovestraat.

Daar moest de boel flink door elkaar
En amper was men daarmee klaar,

Of men pakte tot slot
Moeder Cornelia’s pot.

Deze ging van hand tot hand
En men vulde tezaam het potje tot de rand.

A: Ja, ja, ik hoor het wel,
Dat A.V.O. is ‘n prachtig stel.

B: Och, ze hadden ook nog andere streken.
Op ‘n keer hadden ze de uitvoering van het Dameskoor bekeken.

De dames zongen en dansten fijn,
Dat zou ook iets voor de A.V.O.-ers zijn.

En nauwelijks zagen ze de kans,
Of zij sloegen aan de dans.

En wat deden ze ook die lieve brakken,
Ze stopten puiten in de zakken

Van de dames van het koor.
Ja, ze lapten van alles, hoor.

En zo zou ik uren kunnen praten,
Maar zal het hier nu maar bij laten.

Ik zal niet vertellen over Tholenaar
En over de weduwe De Ouden, zwijgen maar.

A: En ik kan het hier wel mee doen,
Ik krijg zo ‘n reuze kijk op het laten en doen

Van het Oudenbossche A.V.O.
.... .... O, zo!

Laat ons dit eerste deel maar sluiten
en ze één voor één eens gaan bekijken, die schavuiten.

Maar, geachte dames en heren
nu gaan we eerst wat rusten en pauzeren.

wordt vervolgd met Deel II


Copyright © 1998/2016 by A.C.M. Gouverneur. All rights reserved.
Revised: 24 maart 2016.