Voordracht "Willy Mol"

 

 

ter gelegenheid van het vijftienjarig bestaan van de

Heemkundige Kring "Broeder Christofoor" te Oudenbosch

Zaterdag 2 november 2002,
aula van St.Louis
Willy Mol

't Is feest in Oudenbosch. Op de dag van vandaag wil dat zeggen muziek, keiharde muziek, zodat ge mekaar niet of nauwelijks kunt verstaan. In vroegere jaren bijv. op het Sint Cecilafeest van het koor of tijdens het t�rre van D'armenie werden gedichten voorgedragen. Mijn Vader Zaliger, Toon Mol, kon er wat van en deed het heel graag. Daarom probeer ik het nu ook. Het grote verschil is, dat Vader vele gedichten uit z'n hoofd kende, maar ik moet het van mijn papierke aflezen. Ik heb het me niet moeilijk gemaakt. Voor mijn gemak heb ik wat gedichten uitgekozen, die velen van U zeker kennen of ooit gelezen hebben, hetzij thuis of op school. Ze zijn van oude meesters als Joost van den Vondel, Guido Gezelle, Meester Geert Keij (van de 4e klas), wel aaneengeschakeld en soms wat aangepast aan deze tijd. Ik begin met de dichter des Vaderlands Joost van den Vondel uit zijn prachtig werk : "De Gijsbreght van Aemstel".

Omdat het feest is noem ik mijn voordracht :

"Het Feest der Herkenning"

Het hemelse gerecht heeft zich ten lange leste,
Erbarmt over U en de Oudenbossche veste.
De historie van de Koepelstad ware met man en muis vergaan,
Als niet enkele mensen met onze geschiedenis waren begaan;
Het zou toch eeuwig zonde zijn,
Als door een haaibaai of chagrijn,
Het aloude goed, de herinneringen aan vroeger verloren gingen
Van al die Oudenbossche aardse dingen.

Op 28 december mee onnozele kinderen,
De trouwdag van mijn ouders, maar dat mag hem niet hinderen,
Was er ergens in een zaal of in een woning
Te gast, U kent hem zeker, Michiel de Koning,
Om "Vetus Buscus" te bezinnen
En aan heemkunde te beginnen.

Op deze bijeenkomst stond centraal,
Die werd overigens gehouden in het repetitielokaal
Van het kerkkoor: "wat richten we op";
Kan dat? Zonder een drankje, een Oudenbossche pop?
De kast mee drank van het koor, die was op slot,
Hoe krijgen we dat slot kapot?
Maar "deken" Jef van het koor was gelukkig bij de heren
En kon goed met de mannen akkederen.
Jef ging naar huis, zonder zich te affeseren
Haalde thuis zonder veel gedreutel
Van de kerkkoor-kast de bijpassende sleutel.
Het wier alzeleve een leutige avond, drank volop.
Wie betaalde, het was toch voor een abbekrats, dat stond er niet op.
Maar nou daarover niet meer konkelefoeze, geen gezeur,
Ook niet door jou, kerkkoor secretaris Wim Gouverneur.

Maar het besluit was genomen, ja vast stond een ding:
We richten op een Heemkundige Kring.
Na wikken en wegen, doorlopend standen en rangen
Kwamen ze terecht bij de naam Theo van Langen;
De kring werd genoemd naar hem "Broeder Christofoor",
Dat deze naam nooit gaat teloor....
En zeiden onder elkaar, "we gaan ervoor".

Aan het roer staat nu al 15 jaar,
Hoe krijgt dieje mens het steeds toch voor mekaar
Om jaarlijks mee zijn bestuur voor al ons mensen
Te voldoen aan onze talrijke wensen
Voor onze club ontzettend veel waard;
Ge kent'm toch, diejen mens mee z'n baard,
Een goed mens, met een gouden hart,
Zijn speeches zijn nimmer verward,
Misschien is het geen echte feester,
Maar een heel groot mens, heer burgemeester.

Vijf jaar geleden, bij het tienjarig bestaan
Waren we met zijn lot begaan.
Hij ontbreekt bij geen enkele gelegenheid
Altijd keurig in het pak en steeds op tijd,
Loopt mee in de Maria Ommegang in Bergen op Zoom,
U kent die stad toch, van "houdt U vroom",
Wat ook te doen is bij droefenis of pret,
Maar bij dat tienjarig feest lag hij helaas in bed.
Voor hem nemen wij allemaal ons petje af,
Voor onze voorzitter Jan Bedaf.

Hij leidt de club door dun en dik,
Zeker, bijgestaan door onze sik,
Want heus met raad en daad,
Staat naast hem secretaris Kees Koenraadt.

Met Guido Gezelle zouden we zeggen,
Maar dat hoef ik u niet uit te leggen:
O krinkelend, winkelend secretaar
Met het snorreke recht onder uw neus
Wat zien ik toch gerne uw koppeke flink
Al schrijvend aan de Eikenlaan da's uw keus.

Hij notuleert, maakt jaarverslagen,
Wie weet, kost hem dat vele uren of dagen.
En voor de ledenvergadering ieder jaar
Heeft hij met de zijnen wel een kwisje klaar,
Hij legt het uit en lees ze voor
En tafel 8 gaat er mee peperkoeken van door.

Ja, hij schrijft en herschrijft en duwt dan, het is geen mop,
Onze jaarlijkse contributienota's in een envelop
En stuurt ze gedwee naar U en mij zomaar op
En of ge nu mekkert, het fijn vindt, of het is balen:
Een goed lid, moet op tijd betalen.
Daarom, naast het schrijvend secretariaat
Is ook penningmeester, wat achter zijne name staat
En voor ons clubke altijd paraat.

Wij edelingen blij van geest
Naar St. Louis gaan om op dit feest
Het 15-jarig bestaan van onze kring te vieren
Met koffie, thee, frisdrank en wie weet bieren.
Ge ziet het staat allemaal op den dis,
Voorwaar, voorwaar geen katte..... het is niet mis.

Te vieren heeft toch zeker wel, zoals je weet,
Maak je geen zorgen, dat ik haar vergeet:
Het bestuur heeft haar immers al 15 jaar beet.
Ze is altijd aanwezig, loopt plotseling naar voren,
Niet om de spreker beter te kunnen aanhoren,
Maar voor het maken van een foto,
Die krijg je soms wel eens cadeau.

Maar het belangrijkste is voor jaren na ons, voor veel later,
Dan kunnen ze echt zeggen, zie maar het staat er;
Het is werken geblazen voor het archief,
Voor haar leeftijd loopt ze nog heel fief:
Mevrouw Riet de Wildt - geboren Lauwerijssen,
Een vrouw, die vorig jaar viel in de prijzen:
Een Koninklijke onderscheiding was haar deel
En die krijgen er echtwaar niet veel;
Op haar revers werd opgespeld een 'bedaille' aan een lient,
Ze heeft het ongetwijfeld dik verdiend.

Een bestuurslid ook van het eerste uur,
Helaas nu afwezig, en wie weet voor lange duur,
In zijn leven volop negerzoenen en een bestuurdersrol:
Het is mijn jaar- en klasgenoot Piet Mol.
Geen broer, noch neef moet ik hem noemen,
Maar om z'n dialect moet ik hem roemen;
Hoe hij samen met Jan Bedaf gaf commentaar,
Bij Omroep Brabant het is wezenlijk waar
Troffen ze daardoor een heel gevoelige snaar.

Want het ging over de Broeders van Sint Louis
En dat zag mijn vrouw Joke en de sprekers wisten nie
Dat haar ooms, broeder Egbertus en Lambertus (beiden al henen)
Heel vooraan op het witte doek verschenen.
Komend uit de Aloysiusbouw op de koer
Trokken zij zich van het filmen niets aan, geen mallemoer.
De programma's van omroep Brabant worden steeds herhaald,
Dus hebben wij dit onderdeel van de televisie gehaald
En vertoond aan Joke's broers, zussen, nichten en neven
Als wij weer eens een re�nie mochten beleven.

Bijna alijd in De Drie Koningen (het clubgebouw)
Bleef hij de kring van begin-af-aan al trouw.
Met Dekkers, de voornamen A.M.C.
Is heel de club buitengewoon tevree;
U kent hem beter onder de naam Toon,
Die aan de Bornhemweg heeft zijn woon
Het boekske Br.Frans Raaymakers is van zijn hand
Ne mens ook van het Oudenbossche land;
Bovendien gaat een van zijn meesterwerken
Samen met Geert van Hoof over schuurkerken.

Hoe is het mogelijk, allemaal:
Zijn boeken, vol met pracht en praal;
Hoe komt ie er in Godsnaam aan,
Waar haalt ie alle foto's vandaan.
Toon geloof ik, komt op dat gebied zelden tot rust
En is - hopelijk - nog niet uitgeblust,
Is druk in de weer en steeds maar bezig
In de Drie Koningen bijna altijd aanwezig;
Een kopje koffie schenkt ie dan in
En diejen mens heeft m.i. altijd goede zin.

De jaarfeiten, uit het verre verleden
Werden door Wim Tousain geschreven en met reden,
Want niets mag uit het verleden verloren gaan,
Anders heeft Broeder Christofoor geen recht van bestaan.
Het zijn Wim's lezenswaardigheden
Uit het verre verre voor- vooroorlogse verleden.
Nu al kunnen we spreken van voor twee eeuwen,
Waar blijft de tijd, het is om te schreeuwen.
De - ja,ja, toen ook - hangjeugd, gewassen uit de kluiten
En steunende - hoek Fenkelstraat/Wagenhoek - op de winkelruiten
Stoort de cliëntele met kloppen en uitfluiten,
Waardoor bakker Looymans en juwelier Vermeulen ontvingen minder duiten.
Diverse jaren kwamen bij Wim aan de beurt,
Het zijn ook de foto's, die het boekje opfleurt.
Het is toch mooi om dit te kunnen vernemen.
Stel het lezen niet uit tot "dat lees ik strakjes wel" neen "somedeme". (= zo meteen)

Hij heeft al meerdere uitgaven en zit in het bestuur,
Ik geloof niet vanaf het eerste uur,
Maar doet zijn bestuurstaak zeker vol vuur.
Hij schreef o.a. over dokter van Son zijn huis:
Ik heb het over bestuurslid Mark JJG Buijs.
Hij schreef over Sint Louis "Rondom de Coeur",
Dat was zeker een hele toer,
Maar daarvoor sloeg Mark na, vele archieven,
Te uwer en te mijner believen.
De schrijver is diep in de materie gedoken
En heeft aan zorgen en belangen van wie daar leefden geroken.
Zo schreef Algemeen Overste Broeder Th. Sponselee
"Een grote culturele waarde" was het ook nog, wat den Broeder toen zee.
Het Oude raadhuis kreeg mijn extra aandacht, dat is waar,
Daar liggen mijn eerste stappen als gemeente-ambtenaar.

Bestuurslid Bernard den Braber drukt nog al eens op de "play",
Och daar zit ie helemaal niet mee:
Het is de personal computer die in de Drie Koningen aanstaat
En zijn volledige concentratie dan verraadt,
Dat het Bernard dan verdories verrekt goed afgaat.
Vroeger hadden we het over een kwartje of een cent,
Maar nu als ge een e-mailtje of gs-emmetje sent.
Bernard is zeker niet bang, noch hier, noch thuis
Zoals zovelen, wellicht ook onder U, van een muis
Het is een noodzakelijk attribuut,
Van dit personal computer-instituut.
Voor Windows gebruikt Bernard geen spons of zeem
Anders krijgt ie aan z'n broek misschien een claim.
Chips eet hij niet op, die laat ie staan,
Anders moet ie opnieuw beginnen van voren afaan.
Ik roem zijn vlijt of applicatie
En Bernard doet dat met de nodige accuratie:
Op de p.c. is hij iedereen wellicht de baas-ie.
Hij is niet groot, eerder klein van postuur,
Maar zit toch al weer enkele jaartjes in het bestuur.

Dat was het bestuur en namens allemaal, het hele stel
Voor jullie inzet, echt van harte: dank je wel!

Waar werd oprechter vuur,
Dan tussen leden en bestuur,
In Oudenbosch ooit gevonden?
Twee groepen gloeiend aaneengesmeed
Of vast geschakeld en verbonden
In lief en leed.
Geen water blust dit vuur,
Het edelst der natuur
In het Koepelstadje heeft ontstoken
En menig voordracht heeft ontloken.

Mijn wens behoede U onverrot,
O stok en stut, die geen verrader,
Maar Broeder Chistofoor stut en een Oudenbossche Vader
Gestut hebt, toen hij lopend en wel mee twee krukken,
Een busreis organiseerde, en dat moest lukken.
Hij kreeg het op z'n heupen, mee al z'n redenatie,
Hij moest tweemaal onder het mes voor een operatie.
En dat is op een reis een vervelende situatie,
Terwijl hij had opgebouwd een reis-reputatie.
Wij genieten, ja toch, wie het ook organiseert, och kom,
Die eerste jaren toch onder o.a. Piet van der Bom.

We reizen jarenachtereen land in, soms land uit
En het kost niet eens een flinke duit.
De jaarlijkse reis valt altijd in de smaak
En waar men ook heen gaat, het is altijd raak.

Margraten, oorlogsgraven, hier ligt Moeders' kroost;
Het is indrukwekkend, in stilte bidden we voor wat troost;
Het was doodstil bij het luisteren naar de "Last Post".

O reisdag, schoner dan de dagen,
Hoe kan een lid zo'n reis verdragen
Die gaat naar den vreemde toe.
Des morgens vroeg nog voor dag en dauw
Een broodje mee, zo gaan een man en een vrouw
Naar de bus tevoet, per fiets of weet ik hoe.

En wie staat dan altijd opzij of vooraan, ha ha....
Het is Kees Meijers met zijn video-camera.
Hij legt alles vast op de gevoelige band
En heeft heel de meute van onze club als vaste klant.
Kees 'videoot' en neemt op zo'n dag alles op:
Het vertrek, de bus, de stad, of een markante kop,

Maar jammer genoeg het is vaak niet te zien,
Want dat vervloekte videomachien
Bij Hotel Tivoli houdt het voor gezien;
En hoe men ook sleutelt en ook prult
- Kees lacht zich zeker dan gene bult -
Geen beeld te zien, het is om te grienen,
Maar dan eindelijk, de klok loopt al tegen tienen
Worden zijn mooie opnamen bewonderd en hopelijk bewaard
Voor ons nageslacht, die misschien nu nog, moet worden gebaard.

Herinnert U nog, het was toch wel erge,
Die vriendelijke dame uit Zevenbergen.
De dame deed geweldig haar best,
Maar dat was juist op deze avond de pest:
De microfoon die alsmaar uitviel of geweldig kraakte,
Dat menig bestuurslid vele zuchten slaakte.
Het was zonde, want het was best interessant,
Maar menig lid verliet vroegtijdig het Tivoli-pand.
Toen heeft zij de micro weggelegd, alleen gelaten:
Och er moet toch ook wat zijn om over te praten.

Op 6 januari, al weer jaren geleden,
Waren velen aanwezig - en met reden -
Voor de opening van het onderkomen van de Heemkundige kring
En het West-Brabants gemengd koor zorgde voor de opluistering.
Al vele jaren en echt ieder jaar weer,
Twee, drie, soms wel vier keer
Wordt in de Drie Koningen tentoongesteld:
Foto's van school, d'harmonie, 't koor of een Oudenbossche held.
Plakboeken, knipsels, soms hele oude kranten.
Ja, die groep, die weet van wanten.
Foto's op tafels, foto's aan de muur,
Soms voor lange, soms voor korte duur;
Oude geschriften, naslagwerken,
Over slagers, bakkers, historische bomen en over kerken.
Over pesjonkele (volgende week): kerk in, kerk uit, nog geen uur,
Om zieltjes te redden uit het vagevuur.
Ongetwijfeld vele herinneringen
Aan zovele mooie tentoonstellingen.

Het was woensdagmiddag, pas geleden, slechts enkele weken
Dat ik nog wat gegevens wilde weten en daarvoor gekeken
In de annalen van Broeder Christofoor,
Want over enkele weken, dat is nu, stond ik ervoor.
Maar ja, en vooral, en dat was goed knudde:
Stond ook het oud Vice-Versa-lid Bart Gudde,
Speciaal uit Haarlem gekomen in een pak, mooi van kleur,
Maar we stonden beiden voor een gesloten Drie Koningen-deur.

In 1996 het 48e Brabantse Heemkamp
Was voor de aanwezigen kringbestuurders zeker geen ramp.
Het kamp heeft van het bestuur heel wat doen vergen,
Maar het was goed samenspel met de mensen van Zevenbergen.
Het was mooi omschreven, als het ware met een gouden rand:

"De andere kant van het Brabantse Land".

Ieder jaar doet de club mee aan een streekgebonden kwis, dat is wijs.
Haalden zelfs daarmee enige jaren geleden de tweede prijs.
Onderling is het over de vraag wel eens pik en pook,
Of het juiste antwoord op de vraag wel goed strook.
Zelf organiseerde de kring zo'n streekgebonden kwis,
Het zei gezegd: daarmee was echt niks mis.

De eerste trip van de Heemkundige kring was naar het Bergse Markiezaat.
Een rondleider zou zorgen voor de nodige praat,
(Ik wou bijna zeggen door een Bergse Magistraat).
Een bezoek door de straten, het stadhuis, Markiezenhof,
Volop te zien, volop te genieten, volop voor praten dus stof.
Maar dieje goeie mens, de rondleider, was zich van geen kwaad bewust,
Totdat zijn vrouw Joke hem wakker maakte uit zijn rust:
Bedoelen ze jou toch niet, ik denk het onderhand te weten.
En ja hoor, men had hem niet gebeld, men was het vergeten.
Nog geen uur later arriveerden de leden op het Stationsplein,
Hij hield de menigte enkele uren zo goed mogelijk aan de lijn.
Het was net die dag "de dag van de drie Bergse AAA's,
Aardbeien, Ansjovis en Asperges, o zo, lus je nog kaas?
Gelukkig was het goed zitten op het terras van hotel "De Draak".
Daar ook eindigde van de rondleider zijn onverwachte onvoorbereide taak.

Mijn stamboom hoef ik niet te weten
Om flink te zoeken en te zweten
Wat mijn voorvaderen hadden op hun geweten.
Wie weet wat ze hebben uitgevreten
Wie weet, wat je allemaal tegenkomt
Zodat het hedendaagse daardoor wordt afgestomd
Ik weet wel, maar het trekt mij niet,
Dat ligt heel anders bij o.a. Tonnie van de Riet;
Hoogtij dus ook voor de gynealogie
Daarom hoort dit bij deze redenatie.

Omroep Brabant, Brabant T.V.,
Ze zaten er echt niet mee.
Maar ook de R.T.L.
Trok bij het bestuur toen aan de bel
En zorgde bijna voor een rel.
Erratica, Erratica,
Viel echt niet in het ongena;
Erratica, waar moet dat heen:
Het is hetzelfde als "zwerfsteen".
En Gastel wou er mee aan de haal, o zo,
Doch het bestuur legde het voor aan de KRO.
"Ook dat nog" (een heel goed program)
Stond direct in vuur en vlam.
Toen was het gauw van de baan.
- Het bestuur, zat in de studio, helemaal vooraan -
Het was ziezo in kruiken en kannen:
"Wij hebben er recht op", zeiden de Noormannen
En Noorman Sjoerd Plezier met de zwerfkei op z'n rug
IJlde naar het Hoge Noorden terug.

Heet van de naald neem ik onder de loepe
Dat Zuster Leta Kockx is opgeroepen
Om in ontvangst te nemen "In Oudenbosch beroepen".
Zeg zusterke, doe me een lol en wees eens braaf:
Doe de groeten aan Zuster Eymardo van der Graaf,
De - nu algemeen overste - stond jarenlang voor de VOGG pal
Vooral toen ze nog woonde in Berg en Dal.

Wie maar één groen boekje heeft gelezen
Dat placht een neus-wijs-mens te wezen.

Wie schreven zoal de groene boekjes vol?
J.J.van der Harst, Kees Koenraadt en Prosper Mol,
J.M.Visser, P.v.d.Bom en R.Leentvaar
Kregen een of meer groene boekjes klaar
Ben Suijkerbuijk had het over "Eigen teelt",
Lees het nog maar eens, als ge U verveelt.
Dolle Dinsdag, bewerkt door Geert van Hoof
De dag, dat een Duitser mee Vaders'fiets wegstoof.
Jan van Vlimmeren en C.van der Smissen
Die boekjes mag je ook niet missen.
Stan van Nispen, Corrie Siemons, getrouwd mee de Haas
Bleven vele bladzijden de baas.
Maar het allereerste boekje nog gestencild, daarna in de vouw:
Geen groen boekje dus, de kaft is blauw,
Uitgegeven Anno Domini 1987 via via
Is van Jan Bedaf, over Sancta Maria.
Dit boekje staat steeds bovenaan op de index,
Ofschoon geen woord over sport en zeker niet over sex.

Las U het boekje over de geselpaal?
Over galg en rad, een moordenaar, een vandaal?
Over veldwachters en politie-agenten,
Die verdienden toen nog maar weinig centen.
Neen, geen nieuws over Toon Dirven of over Dieltjes
< God hebben hun beider zieltjes >
Maar over het gespuis, dat rond Oudenbosch sloop
En in huizen van onschuldige mensen kroop.
Wie was zo'n boef, zo'n gek, zo'n dwaas?
Beste Lezer, ge las en hoorde het van Krien Daas
En daarbij moet worden gezegd alle hulde
Voor de tekeningen van Chris Gulden;
Misschien moeten we nu wel zeggen, het zij zo....
In plaats van tekenaar Chris 'Gulden', Chris 'Euro'.

Over het verzamelen van gegevens over pompen en een molen
Versleet Kees Hopstaken mischien wel twee paar zolen.
Wijlen C.van den Bosch had het heel wat makkelijker zo gezeed,
Althans dat dacht ik, wat hij deed,
Want achter zijn naam staat immers W.P.
Die heeft Winkler Prins overgeschreven, die zit er niet mee,
Maar niks hoor, want niet veel later
Wist ik, dat W. P. stond voor Witte Pater.

Het is jammer, dat ik het verkeerd las,
Want ik lus heel graag bonbons van Leonidas,
Maar er stond Leonides, wie weet een lid,
Het is in ieder geval de naam van Broeder JEA de Wit.
Die schreef brieven, dat kunt u nu horen
Vanuit Saint Louis, de Aloysiustoren.
De broeders droegen een klotje en wij keken
Heel verbouwereerd naar dat 'solideeke'.

"Stuca's knallen, bommen vallen, steden brokkelen tot puin"
Meester Keij krapte eens aan z'n kruin
Toen hij schreef na de oorlog dit gedicht
Waarop nu de schijnwerper is gericht.
Het Nederlandse volk had reden om feest te vieren
En deed dat met 'aanleng'-limonade en met bieren,
Louis APPM Kessel, vertelde over het brouwen van bier
En bierbrouwerijen die waren er nogal wat hier
Ge kreeg er dorst van als ge het las,
Dus een biertje van Bourgogne's kruis in een glas

Louis schreef ook over tweehonderd jaar kerkkoor.
Met Bossche kermis gingen de knapen met 2 bussen er vandoor.
Eens naar de Belgische Ardennen, in de buurt van Hoei
Was er volop leut, en ondanks toch weinig gestoei
Vielen de koorknapen met bosjes van de spekgladde heuvels af
En vele broeders (die vormden met kapelaan Jansen beide dagen de staf)
Hadden heel wat knapen om tegen te houden als klant
Ja.... heel mijn hoofd zat dagenlang nog flink in het verband.

Het aloude Sint Sebastiaan,
Een prachtig naslagwerk wel te verstaan,
Over dekens, koningen, zilver- en vaandeldragers,
Oudermannen, hoofdmannen, schutters en uitdagers,
Knechten, ja, die verdienden, ge gelooft het nie
Jaarlijks, dus per jaar, slechts een gulden of drie.
Ze knokten, om de hoogste eer werd gevochten,
Deden mee aan wedstrijden, plechtigheden en optochten.
Een vogel bovenaan, op een versierde wip,
We hingen aan Krien Daas zijn lip.
En ook hier weer, ik weet, dat je het wist:
Tekeningen van tekenaar de Guldense Christ.

Geen groen boekje over errebeesjes, stiekebeesjes, klokkebeiers;
Ook niet van de hand van Piet Meijers.
Wel waren we de postkoets op het spoor,
Op weg naar Leuven, stond er voor.
Adrianus Floritsz, met achteraan een "zet"
Een goed mens, maar zeker geen "retteketet".
Hij had het al z'n levens nooit durven dromen
Dat hij later zou worden de Paus van Rome.
De enige Nederlander, die zo hoog scoorde,
Hier zijn geen zinnen voor, noch woorden,
Net als zoveel andere goeie getrouwen,
Hopen we Piet nog lang te mogen behouwen.
Het zijn allemaal mensen, waar de club op kan bouwen.

Een bal ging heen en weer, wel vijftig jaar
Hoe houden ze het vol, kregen het voor elkaar.
Met achtman sterk, werd eens begonnen
En wekelijks veertig cent gewonnen,
Want acht maal dertig cent contributie is twee gulden en veertig cent
En Harry Francois was mee twee gulden huur content.
Dat was het begin van een van de grootste sportclubs van deze gemeente, ja ja,
Natuurlijk het overbekende Oudenbossche Vice-Versa.
Als ik het aanhoor en herlees, sta ik nog steeds in vuur en vlam,
Het is keurig verwoord in het boekje door Adri Dam
En daarbij Adri had nodig vele, vele volle vellen.
Om zijn verhaal voor de Heemkundige Kring te kunnen vertellen.

Jammer dat in het boekje over o.a. de Pastoor Hellemonsgroep
Volledig vergeten is de tweede Hellemonstroep:
Hopman Piet van der Bom (Jaczoon), had hier zijn stek,
De vaandrigs waren zijn broer Joop en ik, zei de gek.
Vier patrouilles ieder van zes man
En die snuiters konden er wat van:
Op een kielekeienpadje spoor zoeken,
"Niet te vinden," stond niet in verkennersboeken.
Op een kamp in het Rucphense Ossekopke
Dronken de snotneuzen een Bosse popke
En leut dat ze hadden, en harde muziek.
Maar de andere dag waren velen goed ziek,
Zij hadden geen zin meer in poeier-chocolaad
Want geschied was het al, ja het kwaad....
Piet filmde en filmde wat vast zat of los
Als het maar ging over Uw Oudenbosch.
Maar het is en blijft ik zeg het in commissie:
In het groene boekje een ommissie.

Ge ziet en hoort mee alle gemak
Spring ik van de hak op de tak
Neem mij niet kwalijk, want ik ben rijmer noch dichter
Allenig van dit gedrocht wel de stichter.

Een van mijn jaar- en klasgenoten, zie ik in de zaal altijd terug,
Maar dikwijls alleen maar op zijn rug,
Want André Veraart zit steeds vooraan,
Omdat hij het anders niet goed kan verstaan.
En André was al vroeg ene vrijer
Daarom is hij ook getrouwd met een van de Reijer.

"Neem Hollands boer zijn centen af,
Zijn land en ook zijn duiten,"
Ge kent ongetwijfeld dat gedicht,
"Hij stond er bij te fluiten."

Neem Oudenbosch de scholen af,
Sint Anna en Sint Louis,
Dan is dat nog niet eens een straf,
Voor U of U of weet ik voor wie.

Neem voor mijn part Oud-Gastel af en d'Hoeven,
Bosschenhoofd en Stampersgat;
Voor velen had dit samengaan niet eens gehoeven
Dan hadden we Halderberge nooit gehad.

Neem je veel van Oudenbosch af,
Het station, of zelfs de "bieb",
Het blijft toch eeuwig Oudenbosch
Met zijn prachtige basiliek.

Slechts een klein hoekske helemaal links vooraan
Is er tijdens de tweede wereldoorlog aangegaan
De machtige basiliek prijkt boven alles uit,
En trots hierop is terecht, de Bossenaar, de Puit.

Sorry Dame, sorry Heer, heb ik vergeten U te vernoemen
En misschien juist U had ik moeten roemen;
Misschien heb ik hier of daar een bok geschoten,
Denk dan maar: dat gebeurt meer bij hotemetote:
Beste mensen, het is niet met opzet gebeurd,
Daarom daarover echt niet gezeurd of getreurd,
Excuses als ik u niet hebt genoemd,
Maar ongetwijfeld bent u in Oudenbosch "wereldwijd" beroemd
Wij zijn eenieder die zich op welke wijze ook inzet voor Broeder Christofoor
Echt heel ontzettend dankbaar voor.

Apart wil ik de dames fèteren
Ja, de Dames van de Heren
Van ons actief en goed Bestuur,
Die voor korte of lange duur
Sommigen vanaf het eerste uur,
De belangen van ons dienden,
Van hun leden, beste vrienden
Steeds maar iets wisten te organiseren
Te uwer en te mijner ere,
Vaak weg van huis, daarom luid ik nu voor dees' Dames de bel
Namens allen, geachte Dames van bestuursleden, van harte:
dank je wel.

Bedankt Joost van den Vondel, Meester Keij en Guido Gezelle.
Dank zij jullie heeft dit gedrocht vele, vele, volle vellen
U allen, lieden van Broeder Christofoor wel te verstaan:
Gefeliciteerd allemaal met het 15-jarig bestaan.

Och, misschien viel je allang in slaap,
Of verveelde je je, als een gekooide aap.
Maar mocht je geluisterd hebben, U Meneer, en U Dame
Bedankt dan voor uw aandacht, het zij zo, AMEN.

WILLY MOL

horizontal rule

Als Dank: "De Erkenning"

 

Waalwijk, 15 april 2003

Toon Gouverneur

 

Geen smeekbeden, geen pressie kon bereiken
Dat jouw verzen in 'n Groen Boekje zouden prijken.
Wat de redactie ook als argument aanhaalt,
Ik kan't niet begrijpen, voor mij is 't Koeterwaals, onvertaald.

Maar ik laat het er niet bij zitten,
Al zijn mijn vellen niet Groen maar Witte.
Die Groene Boekjes zijn slechts van buiten groen,
Van binnen wit, anders kostte het teveel poen.

En dan de tekst, die is ook slechts zwart,
Die van ons in meerdere kleuren - echt apart!
Jouw product, nu op 't WEB, was al 'n stap in de goede richting,
Maar alles behalve een fatsoenlijke afsluiting.

Vandaar dat ik me terugtrok op m'n atelier
En er een boekwerk van maakte voor ons twee.
't Is en blijft uniek: uitgegeven in Waalwijk alleen,
Totale oplage van deze luxe uitgave: één en één!

Zo mag jouw "Het Feest der Herkenning"
Tezamen met "Als Dank: De Erkenning"
In ons beider boekenkast prijken
Zodat we toch zelf met onze eigen eer gaan strijken.

Beste wonderbaarlijke auteur
Hier nog 'n reactie van Toon Gouverneur:
Goede Oudenbosschenaar, jij schreef het gedicht voor de Kring,
In je achterhoofd als Groene aflevering,

Met aan't slot je welbekende naam "Willy Mol",
Deze ode is puur voor JOU en 'n beetje voor mijn lol.