Voordracht

15.05.2014

 

2012.11.21 Pierre Cuypers de architect


     

Foto-impressie

               



foto's A.C.M. (Toon) Gouverneur

 

Pierre Cuypers (*1947) over Pierre Cuypers (1827-1921).

 

Omdat het in 2013 150 jaar geleden is dat pastoor Hellemons en Pierre Cuypers met elkaar in discussie gingen over de bouw van de kerk van de HH Agatha en Barbara vroeg de heemkundige kring “broeder Christofoor” mij om op 21 november 2012 een lezing over mijn overgrootvader te houden. Ik voldeed daaraan graag en met trots. 

Afkomstig uit een artistieke familie in Roermond, -zijn vader was kerkschilder- ging de veelbelovende Pierre met een beurs van de gemeente Roermond in Antwerpen bouwkunst (en niet bouwkunde, zoals hij later koning Willem III verduidelijkte) studeren.

In 1848 keerde hij, voorzien van de prix d'honneur, terug in Roermond. Dan begint zijn 73-jarige carrière die pas eindigt met zijn overlijden in 1921.

Een verworvenheid van het Cuypersjaar (2007) en de diverse publicaties die dit opleverde, is dat aandacht besteed werd aan de grote veelzijdigheid van de architect. Traditioneel werd hij weggezet als een 19e eeuwse kerkenbouwer die zijn ontwerpen baseerde op de door de  katholieke kerk geïnspireerde middeleeuwse gothiek. Dit doet hem, door de eenzijdigheid van de  karakterisering, absoluut onrecht. De beide door hem gebouwde "poorten" van Amsterdam, het Rijksmuseum in het zuiden, het Centraal Station in het noorden, kan men met droge ogen toch moeilijk gothische bouwwerken noemen; neo-renaissance is meer verdedigbaar.

Zijn inspiratie door de middeleeuwen was onmiskenbaar, maar paste natuurlijk in de periode van de Romantiek. De Franse architect Viollet le Duc en de Engelsman Pugin waren duidelijk voorbeelden voor hem. Je zou Cuypers een totaalontwerper kunnen noemen. Hij ontwierp zijn gebouwen tot in het kleinste detail; alle ornamenten tot en met de deurklinken toe waren van zijn hand. Dat leidde vaak tot heftige discussies met zijn opdrachtgevers, aan wie hij weinig concessies wilde doen. Afgezien van zijn nogal hoekig karakter, was dat ook toe te schrijven aan de visie die hij op het ontwerp had. Geen enkel detail was toevallig of gewoon "leuk", alles had een betekenis en een symbolische functie. Zo niet, dan werd het niet ontworpen. Suggesties van de opdrachtgever moesten dan ook in die visie passen, anders ging het feest niet door. De baron Van Zuylen heeft dat bij de restauratie/reconstructie van kasteel De Haar in Haarzuilen aan den lijve ervaren: als Cuypers zijn zin niet kreeg, werd het werk definitief gestaakt !  En niet denken dat als het werk voltooid is, dat er dan wel wat bijgeknutseld zou kunnen worden; Cuypers hield ook na de restauratie een vertrek in het kasteel als pied-à-terre aan (lag mooi tussen Roermond en Amsterdam). Gerommel aan zijn ontwerpen werd niet getolereerd.

De Haar was niet het enige kasteel dat hij restaureerde. Andere voorbeelden zijn o.a. het Muiderslot, Amerongen, Aerwinkel, Horn, het Oude Loo, de Ridderzaal op het Binnenhof etc. Zelfs de Doornenburg werd door hem bezocht, maar dat kasteel werd door de eigenaresse destijds niet in restauratie gegeven.

Het succes van Cuypers, die tot rijksbouwmeester was bevorderd, maakte hem tot een ikoon van de katholieke bevolking in zuid-Nederland. De katholieken die tot 1848 in een achterstandspositie hadden verkeerd, waarbij Limburg en Brabant als voormalige Generaliteitslanden sowieso in een positie van verregaande achterlijkheid waren gebleven, zagen in de succesvolle Roermonds architect een coryfee op wie ze zeer trots waren. Bij jubilea stroomde de gehele bevolking van Roermond dan ook uit en werden cantates ten gehore gebracht en toespraken gehouden met een ronkende retoriek, waarvan men bij lezing met terugwerkende kracht wegsmelt van plaatsvervangende schaamte. Dat dit triomfalistische geloei tot scheve ogen in protestante kring leidde, laat zich raden. Koning Willem III, sowieso een tegenstander van de grondwet van 1848 en al helemaal van het herstel van de Nederlandse kerkprovincies in 1853, was dan ook geen vriend van die katholieke Cuypers. De superieure kennis van Cuypers die vaak als arrogantie gezien werd, omdat hij het (dus) altijd beter wist, bevorderde de relatie met de vorst ook niet bepaald.

Bij de gala-opening van het Noordzeekanaal werd Cuypers, gekleed in het kostuum behorende bij het grootkruis in de orde van Gregorius de Grote (de hoogste katholieke ridderorde), dan ook op gezag van de geïrriteerde koning halverwege de tocht over het kanaal van boord gezet. Hoe meneer en mevrouw vanaf de wallekant verder thuis kwamen, moesten ze maar zien. Het is wellicht aan Cuypers zelf te wijten dat hij zich door de katholieke politiek als een soort van emancipator heeft laten gebruiken.

Hoewel hij de al te fanatieke uitingen ook heeft getemperd omdat ook staatsopdrachten, verleend door een regering waarin ook het protestante volksdeel zijn aandeel had, een groot deel van zijn werk uitmaakte.

Hierin ligt wellicht een onderbelichte verklaring voor de bagatellisering van zijn toch echt prominente rol bij de bouw van de basiliek van Oudenbosch. Kerken voor de katholieken, gebaseerd op de –voor protestanten en katholieken gemeenschappelijke- middeleeuwse bouwkunst, waren tot daar aan toe; een flagrant ultramontaans gebouw in deels barokke stijl (de barok als kunststijl bij uitstek van de contrareformatie), was een pure provocatie van het protestante èn liberale volksdeel in een tijd dat de paus oorlog voerde tegen de liberale Italiaanse staat. Dat paste niet in het “profiel” van Cuypers.

Zijn duidelijke katholiciteit leverde hem natuurlijk ook veel opdrachten op. De gelijkberechtiging van de katholieken leidde vanaf 1853 immers tot een enorme vraag naar nieuwe kerken. Precies op het moment dat Cuypers in Roermond zijn woonhuis met ateliers had gebouwd (1852), een imposant bouwwerk met fraaie voorbeelden van baksteenbouw. Er waren geen andere kerkenbouwers en de firma Cuypers-Stoltzenberg kon aan alle pastoorswensen (zowel die van de kleine als van de grote beurs) inclusief de kerkelijke gewaden en draperieën, voldoen. Het heeft aanleiding gegeven tot de legende dat Cuypers "honderden" katholieke kerken zou hebben gebouwd. Het aantal bedroeg in werkelijkheid slechts ruim zestig, waarvan een deel verbouw. De eerste kerk in Gelderland was die in Kranenburg (bij Vorden); op dit moment zelfs de oudste Cuyperskerk die nog bestaat. Nu is er het Museum voor Heiligenbeelden in gehuisvest.

Cuypers was echter vooral een vernieuwer. Dat beeld wordt door zijn voorkeur voor de middeleeuwen nogal onderbelicht.

Herinvoering op grote schaal van de baksteenbouw en van de toepassing van de gewelfbouw is zonder meer op zijn conto te schrijven. Zijn probleem daarbij was dat er geen arbeiders en ambachtslieden meer voorhanden waren die dat konden. Die moesten dus in het eigen atelier worden opgeleid. In het woonhuis in Roermond is in de kelders te zien hoe daar -met divers succes- geoefend is met gewelfbouw.

Het resultaat is op veel plaatsen in het land nog te zien (niet alles is afgebroken): waar in het begin van de 19e eeuw nog de met stro en gips tot gewelf gemodelleerde plafonds gewoonte waren, kwamen nu (duurzame !) bakstenen gewelven in de plaats. Een vaardigheid die in de fortenbouw (zie Hollandse waterlinie) snel werd overgenomen.

Ook in andere opzichten kan Cuypers als een vernieuwer beschouwd worden. Opmerkelijk zijn de inrichting van zijn woonhuis in Roermond, waar in 1853 waarschijnlijk de eerste inpandige wc ter wereld werd gebouwd (mogelijk, maar niet waarschijnlijk, was koningin Victoria in haar paleis te Hannover -waar ze ook de baas was- hem daarin voor). In kasteel De Haar werd uiterst moderne -nog steeds functionerende- verwarming aangelegd.

Dat hij de eerste projectontwikkelaar was, bewijst de aanleg van het Vondelstraatkwartier in Amsterdam, inclusief park en Vondelstraatkerk -bouwkundig en qua inpassing in de wijk een juweel-. Cuypers had het hele grondstuk aan de stadrand opgekocht, bouwde er een woonhuis en kantoor en verkocht successievelijk de woningen. Het heeft hem niet aan de bedelstaf gebracht. (Foute beleggingen in de Russische spoorwegen en de daarop volgende Russische revoluties in 1917 corrigeerden dat effectief wel in die richting).

Maar er zijn zelfs aanwijzingen dat hij in 1856 in Kranenburg (bij Vorden) reeds naast de kerk en de pastorie diverse woningen, een school maar ook een buitenhuis en bij het kerkhof een grafkapel voor de familie Van Dorth van Medler bouwde.

Cuypers was duidelijk een workaholic. Hij was altijd aan het ontwerpen, tekende tijdens gesprekken op enveloppen; overal vind je in het archief dan ook zijn krabbels.

Zo toegewijd als hij was aan zijn werk, zo ook was hij dat aan zijn echtgenotes. Hun overlijden greep dan ook diep in in zijn leven. Zijn eerste vrouw stierf in 1855 in het kraambed, haar pas geboren dochter volgde kort daarop; Pierre was toen 28 jaar en bleef achter met een andere dochter van twee jaar oud. Hij hertrouwde met Antoinette Alberdingk Thijm. Hij aanbad haar. Toen ook zij overleed in 1898, was Cuypers 70. Hij had op de wereldtentoonstelling in Parijs grote triomfen gevierd, kwam thuis en trof daar zijn opgebaarde vrouw aan. Hij heeft zich weken teruggetrokken in het door hem gebouwde Dominicanenklooster in Huissen (hij was lid van de 3e orde der Dominicanen). Jaarlijks ging hij op de sterfdag van zijn vrouw op bed liggen met het voornemen om ook zelf te sterven. Dat heeft nog 23 jaar geduurd. Het familiegraf in Roermond is een monument vooral ter nagedachtenis aan Antoinette Alberdingk Thijm.

Naast al die besognes was Cuypers ook nog politiek actief. Hij was lid van de gemeenteraad in Roermond, tijdens zijn verblijf in Amsterdam was hij ook daar raadslid. Als conservatief (katholiek) stelde hij zich kandidaat voor de 2e kamer voor één van de Amsterdamse districten. Zijn liberale tegenstander won de verkiezing echter. Zijn band met de 2e kamer blijft daardoor beperkt tot zijn standbeeld dat naast dat van Thorbecke in de hal van het Kamergebouw staat. Uiteraard herinneren de fontein op het Binnenhof en de Ridderzaal met de troon (weer zo'n door Cuypers tot in detail ontworpen meubel) aan zijn werk ter plaatse. 

Als achterkleinzoon kijk ik met gemengde gevoelens naar deze illustere voorvader. Het gemiddelde generatieverschil tussen hem en mij is tot 3 maal toe 40 jaar. Dat is zeer uitzonderlijk. Ik heb dus mensen gekend die hem van nabij hebben meegemaakt. Uit hun verhalen denk ik te kunnen concluderen dat hij intens van zijn vrouw en zijn werk hield. De rest was welkom, maar moest niet storen. In dat laatste opzicht stelden de verwanten hem ernstig teleur. Uiteraard waren de partners van zijn dochters beneden de maat; vooral toen een van hen de Chinese handelsattaché in Berlijn was. Het leidde tot een internationaal schandaal, waarbij zelfs de Story van nu verbleekt tot een guitig parochieblad. Wellicht bepaalde dat zijn wat afstandelijke en autoritaire optreden tegenover de jongere generaties. Het is maar de vraag of ik goed met hem overweg gekund zou hebben. Maar...dat kan natuurlijk ook aan mij liggen. Mijn bewondering voor hem staat niet ter discussie. 

Pierre Cuypers.


Reactie van de Presentator

....
De dag in Oudenbosch was echt klasse. Jan heeft ons werkelijk prima opgevangen en geïntroduceerd in de regionale culturele hoogtepunten.
De avond is door mijn vrouw en mij ervaren als een warm bad. Zo veel aardige, enthousiaste en belangstellende mensen. Prachtig.

Voor de site heb ik een artikeltje bewerkt (werd eerder na een vorige lezing voor de Historische Kring in Bemmel voor het blad geschreven) dat jullie op de site mogen plaatsen of anderszins vrijelijk mogen gebruiken.

Ik hoop spoedig weer eens in Oudenbosch te komen kijken. Tot dan,

vriendelijke groet,

Pierre Cuypers