Varia

Het Mariabeeld op Albano

 

Op een hoge hardstenen sokkel midden op het Oudenbossche sportpark Albano staat een verweerd witmarmeren beeld van de maagd Maria met kind. Een beeld met een bijzondere geschiedenis die herinnert aan de negentiende-eeuwse jeugdzorg in Oudenbosch.

Het beeld werd geplaatst in 1863 bij het 25-jarig bestaan van de Maria-congregatie. Dit was een gezelschap dat in 1838 door de toenmalige kapelaan Willem Hellemons was opgericht om de mannelijke jeugd door middel van allerlei vormen van ontspanning en inspanningen te ontwikkelen. Hierbij stond Hellemons de werkwijze van de Jezuïeten voor ogen die hij tijdens zijn opleiding in Rome had leren kennen. Ook bij de ontwikkeling van het Instituut Saint Louis zouden deze denkbeelden een belangrijke rol spelen. Aanvankelijk was de Maria-congregatie bijeen gekomen in een prieeltje in een tuin aan het West Vaardeke dat het eigendom was van de familie Van den Kerkhoven waarvan een zoontje deel uitmaakte van de congregatie. Na de stichting van Saint Louis in 1840 verhuisde Hellemons zijn groeiende groepje daarheen. In 1841 vestigde Saint Louis zich op de Markt en reeds in de beginjaren werden de Mariabouw en Vincentiusbouw geplaatst.

Daarachter kwam een sociëteitszaaltje voor de congregatie. In later jaren bestond de congregatie uit de sociëteit Philocalia en een sociëteit voor aspirant-leden, de zogenaamde Candidatura. Beide sociëteiten hadden als patroon de H. Philippus Nerius en streefden er naar een inrichting te zijn voor nut en vermaak, ter ontwikkeling van lichaam en geest middels doelmatige oefeningen en allerlei onschuldige ontspanningen, waarin de leden ontrokken aan alle gevaren en bedrog der wereld door een praktische opvoeding opgeleid en door het beoefenen van schone kunsten veredeld werden. Deze doelstelling lag ook besloten in de naam. Philocalia betekent immers in het Grieks: streven naar het edel schone en nuttige. De Maria-congregatie kende een prefect die tevens president van de sociëteit was. Deze werd bijgestaan door assistenten, raadsleden, secretaris en thesaurier. Verder kende men verschillende afdelingen zoals muziek, vocaal vanaf 1840 en instrumentaal vanaf 1846, en gymnastiek vanaf 1857.

 

 

De Maria-congregatie zou na de Tweede Wereldoorlog een stille dood sterven.

Naast bijeenkomsten op Saint Louis maakte de Maria-congregatie ook gebruik van Albano. Dit was een buitengoed van de Broeders van Saint Louis waar temidden van de weilanden een grote siertuin met paden, een vijver, boerderij en boomgaard te vinden waren. Het boerenbedrijf van Albano maakte het Instituut zelfverzorgend op het gebied van de voedselvoorziening en verder diende het oord vooral tot ontspanning. Toen de Maria-congregatie 25 jaar bestond stelde Hellemons een gedenkteken op Albano voor waar men nog tot in lengte van jaren genoegen aan zou beleven. Als liefhebber van de Romeinsche architectuur liet hij in de vorm van een barokke tuin een Mariahof aanleggen.

De boomgaard van Albano werd met paden in vier parterres verdeeld. Deze paden werden met palmhaagjes omzoomd. Op de kruising van de paden werd een cirkelvormige ruimte uitgespaard waar in het midden een heuveltje werd opgeworpen. Hier liet Hellemons een witmarmeren Madonnabeeld plaatsen. Het beeld werd geplaatst op een sokkel, op een voetstuk van arduinen treden. Het heuveltje zelf werd beplant met gazon, rozen en lelies. Op de hoeken werden lantaarns geplaatst die geflankeerd werden door pyramidevormige buxussen.

Overigens werd de gehele boomgaard op deze wijze heraangelegd. Op de uiteinden van het dwarspad werden prieeltjes van rode beuk aangeplant en waar het hoofdpad op de straat uitkwam werd een monumentale poort gebouwd.

De fraaie tuin op Albano met de Mariahof bleef na de dood van Hellemons in gebruik voor de ontspanning van broeders, interne leerlingen en uiteraard de leden van de Maria-Congregatie. In 1872 verrees op Albano een sociëteitszaal, naar het Italiaans casino genoemd. Dit gebouw kreeg de naam Bene Merenti ofwel Voor hem die zich verdienstelijk maakte, genoemd naar de herinneringsmedaille die de paus had laten slaan voor de zouaven die zich in 1867 ingezet hadden bij een cholera-epidemie in het Italiaanse Albano.

Uiteindelijk zou de Mariahof het slachtoffer worden van de crisis en de oorlogsjaren. De fruitbomen werden op zeker moment gerooid en de tuin werd overeenkomstig de distributiewetten herschapen in weiland voor groot en klein vee. De palmhof werd gespaard en afgebakend met prikkeldraad tot ook daar het vee wist door te dringen. Weer later werd het perceel roggeveld en stonden alleen de oude poort en het beeld er nog als relicten aan de Maria-congregatie. Na de oorlog werd hier een voetbalveld aangelegd. Op dat moment besloot men het beeld te verhuizen naar het tuintje tussen Bene Merenti en de boerderij, de plaats waar het nu nog te vinden is. Hier werd het beeld opnieuw omringd door de vier lantaarns en trachtte men de oude aanleg in ere te herstellen.

Een terugloop in zowel het klooster als internaat waren er de oorzaak van dat broeders in 1975 Albano overdroegen aan de gemeente Oudenbosch. Deze ontwikkelde het gebied als sportpark waarbij delen van de oude aanleg bewaard bleven. Ook de gebouwen bleven deels intact. De sociëteitszaal Bene Merenti werd voetbalkantine en de boerderij het onderkomen van de tafeltennisvereniging.

Onder de monumentale bomen bleef het Mariabeeld gespaard, al heeft de tand des tijds stevig aan het monument geknaagd. De historische waarde van het beeld is slechts bij weinigen bekend. 

Mark Buijs, 2002