WIT-GELE KRUIS
80 jaar

last updated 12.04.12

 

horizontal rule

Presentatie boek "Het WITGELEKRUIS in Oudenbosch (29.10.2003)

de auteur Kees Wijnen  het produkt

Het Wit-Gele Kruis
in
Oudenbosch

Presentatie jubileumboek in Hotel Tivoli
29 oktober 2003
door Kees Wijnen

Mevr Wildeman & Jan Bedaf Mevr Wildeman & Mevr Melissen-de Vugt


Waarom dit boek?


Ik denk dat het goed is om daarvoor een beeld te schetsen van de omstandigheden toen dokter Gribling in 1912 voorstelde om een vereniging te beginnen.

familie Gribling


Ik wil een beeld schetsen van de activiteiten die men ondernam en
Hoe een en ander in zijn werk ging.
Het is mijn bedoeling om duidelijk te maken dat een aantal voorzieningen die nu vanzelfsprekend zijn, met heel moeite zijn bereikt.

Hoe zag het er in 1912 uit?

Het is dan kort voor de Eerste Wereldoorlog.
Oudenbosch met bijna 6000 inwoners was een tamelijk welvarend plaatsje.
Werkgelegenheid was toen vooral in de suikerindustrie en in de talrijke boomkwekerijen.
Er waren goede voorzieningen.
Oudenbosch had een duidelijke streekfunctie door de bloeiende onderwijsinstellingen, er waren twee huisartsen en er was al tientallen jaren een ziekenhuis.
De voorzieningen waren er wel, maar niet iedereen kon er gebruik van maken. Vooral was er probleem voor mensen die thuis deskundige verzorging of verpleging nodig hebben.
En verder was er een enorme sterfte bij de zuigelingen.
Ook van de kinderen beneden 5 jaar overleed een groot aantal.

Hoe ging men iets aan de situatie doen

Een van de huisartsen, dokter Gribling, wilde daaraan iets aan gaan doen. In andere delen van het land waren toen al zo genaamde kruisverenigingen. Organisaties van particulieren die de overheid onder andere hielpen bij het bestrijden van besmettelijke ziekten. Gribling kwam met het plan om een vereniging voor de ziekenverpleging op te richten. Hij dacht aan een Groene Kruis want die organisatie was in die jaren ook in Limburg actief Gribling zocht een draagvlak voor zijn idee�n bij de plaatselijke ondernemers en bij de Katholieke Sociale Actie.
In augustus 1914 was eigenlijk alles in kannen kruiken. Maar de zaak ging behoorlijk in de war, toen de mobilisatie werd afgekondigd. Even later kwamen de Belgen massaal de grens over.

Er kwam wel uitstel, maar zeker geen afstel

De gedachten van Gribling vonden ook ingang bij een brede commissie van de beide Brabantse bisschoppen en de NCB ; de boerenbond in Brabant. Die commissie liet een onderzoek naar de ziekenverpleging op het platteland in Noord-Brabant.
Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de zaak uiterst belabberd was.
De situatie kon absoluut geen uitstel leiden. Vooral vanuit de kleine boeren en landarbeiders werd sterk aangedrongen op de aanpak van de ziekenverpleging.
Want de kosten van de ziekenverpleging waren erg hoog en tastten de basis van het bestaan aan.
De bisschoppen vonden het nodig overal verenigingen op te laten richten. Oudenbosch werd de eerste vereniging die volgens een ontwerp van Dr Gribling werden opgericht. Daarna schoten ze als paddestoelen uit de grond. In 1940 waren er ongeveer 1000 wit-gele kruisverenigingen. Men koos daarbij voor een eigen kleur wit-geel, want dat waren ook de kleuren van het pauselijk insigne.
Het bleef niet alleen bij het opzetten van een eigen plaatselijke vereniging. Maar vanuit Oudenbosch werd ook gewerkt aan de diocesane organisatie.
Gribling werd daarvan de voorzitter en Van der Horst had de leiding van het propagandabureau. Van der Horst was ook bestuurslid van de Oudenbossche kruisvereniging. Hij vertegenwoordigde daarin het Oudenbosch Belang. Hij was onderwijzer aan de gemeentelijke lagere school. Van der Horst en zijn collega Piet Janssen zaten overal aan en bij. Piet Janssen kreeg zijn als oprichter van het Oudenbossch' Mannenkoor. Van der Horst gaf ook tuinbouwcursussen. Dankzij de Oudenbossche inbreng kwam er een diocesane organisatie die na enkele jaren werd samengevoegd tot een provinciale bond. Deze bond had een eigen kantoor in Tilburg en men een staf voor de ondersteuning van de plaatselijke verenigingen.
De rol van dokter Gribling in de provinciale organisatie werd na zijn vertrek in 1924 overgenomen door Dr Mol uit Etten. Die groeide verder in dit werk en werd later ook Kamerlid. Vanuit die positie behartigde hij de belangen van het Kruiswerk.

Bij het oprichten van een vereniging behoort ook een bestuur

Men zorgde er steeds voor dat alle geledingen in de samenleving daarin waren vertegenwoordigd. Echte verkiezingen waren er weinig. De leden mochten in de eerste jaren zelf bepalen hoeveel ze jaarlijks wilden bijdragen. Het belangrijkste doel hierbij was het solidair zijn met degenen die tekorten hebben. In 1938 was men gedwongen om dit systeem te verlaten en moest iedereen dezelfde contributie betalen. Deze werd om de twee weken opgehaald.

Dan kwam de vraag: waar vind je een verpleegster?

Niemand had ervaring op dit gebied en opgeleide wijkverpleegsters waren er niet te vinden. Noodgedwongen deed het bestuur een beroep op de zusters van Charitas. Deze zusters werkten hier op het ziekenhuis. Het bestuur kreeg ook de medewerking van de regenten om een polikliniek in te richten in dat ziekenhuis. Een voordeel van deze aanpak was dat de religieuze zusters veel minder kosten met zich meebrachten dan lekeverpleegsters.
Dan kwam de tegenvaller: het verplegingswerk was verschrikkelijk zwaar. De eerste zuster heeft hier maar een half jaar gewerkt. Ze overleed op 28 jarige leeftijd. Ook in Roosendaal had men dezelfde ervaring. De aangestelde lekeverpleegsters konden het werk er niet aan. De nieuwe zuster in Oudenbosch was ook binnen de kortste keren overwerkt. Het bestuur wilde daarom een tweede zuster die ook in Standdaarbuiten zieken zou gaan verplegen. Maar dat ging zo maar niet! Hoe moest de zuster in Standdaarbuiten komen als ze niet mocht fietsen. Ook voor dat probleem kwam een oplossing. De zusters mochten wel gaan fietsen, maar moeder overste besliste dat er geen zuster kwam voor Standdaarbuiten. Bisschop Hopmans die uit Noordhoek afkomstig was zorgde toen voor een zuster in Standdaarbuiten.

Wat deed de zuster?

Je kunt wel zeggen, ze werkte dag in dag.
Dat moet ook wel als de aantallen ziet
per jaar 4000 visites aan huis
1400 keer een bezoek in de polikliniek
173 pati�nten die verpleging nodig hadden
300 gevallen dat er artikelen moesten worden uitgeleend.
Soms kwamen er 20 kinderen tijdens de middag als de zuster moest eten.
Daarvoor had ze eigenlijk geen tijd.
Bij het vertrek van de zuster was dan ook grote ontreddering!
Eind 1924 werd zuster Cherubine onverwachts overgeplaatst naar Oosterhout. Het bestuur van de kruisvereniging was daardoor danig verrast en ging met een delegatie naar Oosterhout om de zuster te bedanken. Als bewijs van erkentelijkheid voor de bewezen diensten bood men haar een gebedenboek aan.
De ontreddering bij haar vertrek spreekt ook uit het volgend bericht in "De Oudenbosschenaar".

Bij het vertrek van zuster Cherubine

"Voor alle ingezetenen van Oudenbosch klok als een donderslag bij heldere hemel het bericht: Soeur Cherubine van het Wit-Gele Kruis gaat weg uit Oudenbosch. En werkelijk het ongelofelijke bleek waar te zijn. De goede welwillende, echt religieuze verpleegster die zovele jaren lang bij licht en donker, bij dag en nacht, bij morgen en avond steeds gereed was om de zieken en herstellenden bij te staan, te helpen, te troosten, verlichting te geven, de altijd gelijkmoedige, zachtaardige vriendelijke zuster was door haar Oversten overgeplaatst naar Oosterhout.
Veel, zeer veel heeft Soeur Cherubine in zoveel jaren van haar optreden als wijkverpleegster en tuberculosebezoekster in het belang van de lijdende mensheid verricht. Ieder die het voorrecht had door haar verpleegd te worden, zal stellig nooit de lieve zuster vergeten. Ze heeft in de duizenden harten onzer ingezetenen een plaats verworven die moeilijk door een ander zal kunnen worden ingenomen. Grote dank heeft zij verdiend, wat haar eenmaal door God zal worden vergolden.
En het is zeker ons aller hartenwens: het ga Soeur Cherubine goed in haar nieuwe werkkring. Zo goed als het haar maar kan gaan. En moge zij weer gauw in onze gemeente terugkeren! Haar opvolgster roepen wij een hartelijk welkom toe".

Die zuster kwam er en tot 1953 hebben zusters vanuit Charitas hier het verplegingswerk gedaan. Zij kregen daarvoor maar een zeer schamele vergoeding en zij waren tegen een laag tarief in de kost bij het ziekenhuis. Dat kon blijkbaar niet anders, want men leefde in de crisistijd.
In totaal hebben er 8 zusters van charitas verplegingswerk bij de vereniging gedaan. Meestal werkten zij jaren achtereen.

Kraamzorg en zuigelingen

Het werk van de zuster werd sterk uitgebreid. Naast de verpleging van de zieken kwamen nieuwe taken bij zoals de zorg voor de kraamvrouwen en zuigelingen en de bestrijding van t.b.c.

Bij de zorg voor de zuigelingen en kraamvrouwen schakelde dokter Gribling een aantal dames in die zich daarmee gingen bezig houden. Deze dames die een comit� vormden zochten contact met de aanstaande moeders en regelden een baker of huisverzorgster. Want andere kraamhulp was er toen niet. Soms waren er te weinig spullen in het gezin voor de verzorging van de moeder en haar kind. Dan werd er een bakeremmer uitgeleend aan de moeder. Ook gaf men wel andere hulp. Financieel hielp het comit� door de kosten voor de verpleging in het ziekenhuis te betalen. Het comit� heeft verder regelmatig baker- en moedercursussen gegeven. Het heeft tot 1941 bestaan. Toen was een deel van de taak overgenomen door het consultatiebureau. Enkele jaren nadien kwam er in Oudenbosch een kraambureau dat kraamverzorgsters opleidde die de bakers gingen vervangen.

T.B.C.-bestrijding

Bij de t.b.c.-bestrijding sloten de kruisvereniging aan bij het beleid van de overheid. De wijkverpleegsters werden ook erkende t.b.c.-bezoeksters. Zij verpleegden deze zieken meestal thuis, want sanatoria waren duur en daar was meestal geen plaats. De kruisvereniging zorgde daarbij ook voor de ligtenten, voor de bedden en voor het beddengoed. Soms gaf men ook de extra voeding aan de pati�nten.
Voor de oorlog werden goede vorderingen gemaakt met de bestrijding van t.b.c., maar kort na de bevrijding waren er tien jaar lang grote aantallen pati�nten. Alle voortgang die eerder was geboekt werd weer teniet gedaan. Pas omstreeks 1955 liep het aantal t.b.c.- pati�nten terug. Toen kwam ook het sanatorium de Klokkeberg gereed. Dat kon gelukkig al na enkele jaren voor andere longziekten worden gebruikt. De volksziekte T.B.C. leek overwonnen. Dat was gelukt dankzij veel offers. Ook in financi�le zin.
De Oudenbossche gemeenschap met zijn vele verenigingen heeft daarvoor veel werk gedaan.

Ik wil hier ook stilstaan bij enkele hoogtepunten van de kruisvereniging

Na enig trouwtrekken was dan zo ver. Er werd een consultatiebureau voor zuigelingen geopend. Dat was in augustus 1933. De offici�le opening was 8 dagen na de geboorte van de zoon van Dokter Jan Huysmans. Van het consultatiebureau maakten ook de moeders uit Standdaarbuiten en van een deel van Oud Gastel gebruik. De verbouwingen aan het gebouw waren uitgevoerd door de bouwcombinatie van Bedaf en Willemse.

Dan kwam er een kraamcentrum met de opleiding in 1945. Onder leiding van zuster Faasen werkte men vanuit een gebouw in de Kaaistraat. In het huis kwam omstreeks 1950 ook de dierenarts van Groenland. In 1952 werd het kraamcentrum overgeplaatst naar Roosendaal. De zorg bleef natuurlijk wel in stand.

Het eigen wijkgebouw in 1959: Het Dr Griblinghuis

Er kwam daarntee een gezondheidscentrum met alles onder een dak.
Dit gebouw is in feite de vrucht van het toenmalige bestuur. Men kreeg een zeer sterke ondersteuning vanuit de gemeente waar burgemeester Funk zich op alle terreinen heeft ingezet.
De grondslag werd echter ook gelegd door het toenmalige team van wijkverpleegsters. De zuster van Herp en van Roermund. En daarbij mogen wij onze trouwe propagandist Fons Vervaart niet vergeten. Zij gaven jaren achtereen het kruiswerk een gezicht voor de mensen in Oudenbosch.
Bijna vijf en twintig jaar werkten de zusters bij de vereniging. Zij hadden de zorg voor veel meer leden dan volgens de normen van de Provinciale kruiswerkorganisatie gebruikelijk was. Opmerkelijk was ook hun samenwerking met de collega's die in omliggende plaatsen werkten. Alle zaken die naderhand van hogerhand werden voorgeschreven, deden zij al op eigen initiatief.
Het spreekt voor zich dat hun vertrek een gevoelig verlies was voor de kruisvereniging. Oudenbosch is daarom aan hen veel dank verschuldigd.

Hoe ging het verder met het kruiswerk

Het succes van het kruiswerk had geleid tot meer overheidsinvloed.
Bij de invoering van de AWBZ (algemene wet Bijzonder ziektekosten) kwam er zelfs een blijvende financiering voor het werk van de kruisverenigingen.
Maar niet lang en zeker niet voor alle verenigingen. Er moest worden bezuinigd en dat argument werd ook aangegrepen om de verenigingen te dwingen om samen te gaan werken. De ondersteuning vanuit de provinciale organisatie werd gestopt. En verenigingen werden van alles beroofd.
Tenslotte moesten de verenigingen hun gebouwen ook nog inleveren. Die werden uiteindelijk eigendom van de thuiszorg.

Voor de verenigingen bleef nog wel een taak bij de gezondheidsvoorlichting. Men geeft cursussen, zoals om te leren reanimeren, om samen af te slanken, Regelmatig is er een fitheidstest. Er zijn ook lezingen en thema-avonden.
Dan hebben de verenigingen een taak bij de behartiging van de belangen van hun leden. Zij moeten er voor op de bres springen zodat de leden hun zorg op de goede wijze krijgen.
Bestuursleden zitten in de clientemaad van de Thuiszorg.
Dan is er nog een nieuwe taak. Het begeleiden van patienten groeperingen. Wij hebben hiervan een duidelijk voorbeeld in onze omgeving met Samen Verder.
Het werk aan de zorg zelf is inmiddels in handen van alle allerlei andere organisaties gekomen. Die strijden om de gunst van de overheidsbijdragen.

Hoe krijg je dat allemaal in een boek bij elkaar

Dat is alleen mogelijk dankzij de medewerking van veel mensen.
Het is een speurtocht ofwel ontdekkingsreis waarbij alle andere personen hulp hebben geboden.
Ik denk daarbij aan de leden van ons bestuur.
Aan met name Jeanne de Bont die meer dan 25 jaar actief is als secretaris-penningmeester.
Maar vooral ook de zusters van Roermund en van Herp die mij inwijden in de gebeurtenisssen van de jaren vanaf 1956. Betere gidsen kan je je niet indenken. U moet zich bij het lezen van het boek realiseren dat hun inbreng op veel plaatsen de tekst sterk heeft beinvloed. Verder heb ik ook medewerking gehad van de heren Fakkers en van der Lint die mij behulpzaam waren bij het regionale kruiswerkbedrijf Zij lazen daarvoor het concept. Aanwijzingen hebben verder gehad van Adri Dam van Bernard den Braber en Mark Buijs. Voor de illustraties en foto�s mocht ik een beroep doen op diverse familieleden van bestuursleden.

Dan het uitgeven van het boek

Zoals ik al in het begin heb aangegeven is het kruiswerk een netwerkactie. Er zijn verbindingen nodig met diverse organisaties. Dat is ook nodig als een boek moet laten maken. Dankzij de steun van 10 sponsors kon er dit boek komen. En zoals zo vaak bleef ook in dit stadium de overheid daarbij lange tijd op afstand.

Ik hoop dat u er net zo veel plezier aan beleeft als ik bij het maken er van.

Kees Wijnen
 

horizontal rule

Deze pagina is laatstelijk 12.04.12 gewijzigd